In het natuuratelier wordt gewerkt over de huid en het oog. De kinderen ontdekken en leren wat voor functies de huid heeft en dat ieder mens een andere huidstructuur heeft. De kinderen gaan hun vingers, vingerafdrukken, voeten en handpalmen bekijken. Er worden proefjes gedaan om te ontdekken dat je met sommige delen van de huid op het lichaam beter kunt voelen. Zoals o.a. de warm koudproef, hoe gevoelig is mijn huid en de slapende vingersproef.
De kinderen gaan ontdekken hoe het oog en alles wat er om heen is er uit ziet (de pupil, de iris, de wimpers en de oogleden etc. Ze leren de werking en de functies van het oog (o.a. de oogreflex en het traanvocht) d.m.v. het doen van verschillende proefjes. Zoals de lichtproef, de uiproef, de beweegproef, de knippertest en de klapproef.
Verder komt aan de orde slechtziendheid en blind zijn. De kinderen doen allerlei proefjes om deze verschillende zienswijzen te ontdekken, te ervaren en te onderzoeken. Zoals b.v. een wazige bril maken en dan vervolgens een puzzel maken. De kinderen kunnen een oogtest doen. Er zijn opdrachten waarbij gelezen wordt met de vingers. Aandacht wordt besteed aan het brailleschrift. De kinderen ontdekken het bolletjesvoelschrift. Met speldenknopen gaan ze zelf hun naam in braille maken of een voeltekening van noppenplastic maken. Ook komt voelen met je handen aan de orde en een oplossing wordt bedacht als je geblinddoekt bent wanneer je weet dat een glas vol is met water.
Er wordt verder aandacht besteed aan schutkleuren van dieren in hun omgeving. De kinderen maken een onzichtbaar dier op de lichtbak of een verftekening.
In het natuuratelier werken we over proeven en ruiken. Suiker is één van de grootste smaakmaker. Aan de orde komt: waar komt suiker vandaan en op welke wijze wordt suiker gemaakt. Suiker zit in veel etenswaren die wij erg lekker vinden. De kinderen ontdekken door hun eetgedrag inzichtelijk te maken wat ze op een dag eten en hoeveel suiker ze naar binnen krijgen. Dit gaan we na d.m.v. het tellen van suikerklontjes. B.v. in een glas cola zitten 5 suikerklontjes en in een snoepje 1 klontje. Tellen maar…..Het eetgedrag wordt ook gekoppeld aan de maaltijdschijf van vijf. Nagedacht wordt wat je zou kunnen veranderen in het eetgedrag. Aandacht wordt besteed aan de negatieve eigenschappen van suiker, zoals gaatjes in je gebit en te dik worden. Samen bedenken we oplossingen om dit te kunnen voorkomen.
In het atelier kunnen de kinderen smaak- en geurproefjes doen. Wat doet de tong en de neus met ons, wat kunnen deze twee zintuigen ons vertellen. De kinderen ontdekken dat bijna alles om ons heen een geur heeft, dat ruiken en proeven elkaar beïnvloeden en dat geuren een signaalfunctie hebben. Verder komt aan de orde: wat ruikt lekker/ vies en wat smaakt lekker/ vies. De kinderen komen erachter dat iedereen een eigen smaak heeft. Wat de één lekker vindt, hoeft de ander dat nog niet te vinden.
Er wordt creatief gewerkt over vies, lekker, gezond en ongezond. Een poster, tekening, gedicht, verhaaltje of lied wordt gemaakt over wat het kind wil duidelijk maken aan de ander.